ECLI:NL:CRVB:2021:146
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling mate van arbeidsongeschiktheid WIA na bezwaar en beroep
Appellant, laatstelijk werkzaam als hoofd uitvoerder, ontving een WGA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 68,52% per 1 januari 2018. Na bezwaar werd dit verhoogd naar 70,01% op basis van een gewijzigde Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en een arbeidsdeskundig rapport. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn longklachten en obstructieve slaapapneu onvoldoende waren meegewogen en dat de geselecteerde functies medisch ongeschikt waren. Hij overhandigde medische brieven van zijn longarts ter onderbouwing.
De Raad stelde vast dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep reeds rekening had gehouden met alle medische beperkingen, waaronder astma en OSAS, en dat de nieuwe medische informatie geen aanleiding gaf tot twijfel aan de vastgestelde beperkingen. Ook de arbeidsdeskundige had de geschiktheid van de functies voldoende toegelicht en de bezwaren van appellant werden gemotiveerd weerlegd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af, waarmee de mate van arbeidsongeschiktheid van 70,01% per 1 januari 2018 ongewijzigd bleef.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant juist is vastgesteld op 70,01% en wijst het hoger beroep af.