ECLI:NL:CRVB:2021:1467
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering verhuiskostenvergoeding defensieambtenaar geplaatst op ambassade VS
Appellant, een defensieambtenaar geplaatst op een ambassade in de Verenigde Staten, ontving zowel een tegemoetkoming uit het DBZV-2007 als een bedrag uit het VKBD. De staatssecretaris van Defensie vorderde het bedrag van het VKBD terug wegens verboden samenloop van aanspraken. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat artikel 1, tweede lid, van het VKBD een verboden samenloop regelt tussen het VKBD en het DBZV-2007, waardoor dubbele aanspraken worden uitgesloten. De Raad oordeelt dat de vergoedingen zien op dezelfde kosten en dat de regeling geen ruimte biedt voor een andere interpretatie.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat geen toezeggingen of gedragingen van het bestuursorgaan zijn gebleken die appellant redelijkerwijs konden doen vertrouwen op een rechtmatige toekenning van de VKBD-vergoeding. De Raad bevestigt de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de onverschuldigde verhuiskostenvergoeding en wijst het hoger beroep af.