ECLI:NL:CRVB:2021:1479
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens structurele financiële ondersteuning door derde
Appellant had diverse ondernemingen beëindigd en vroeg met terugwerkende kracht bijstand aan over de periode vanaf 31 juli 2014. Het college wees de aanvraag af omdat appellant structureel financiële ondersteuning ontving van zijn vriendin X en haar opa, waardoor hij niet als bijstandbehoevend kon worden aangemerkt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij ondanks de financiële ondersteuning toch in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde.
Bewijsmateriaal bestond uit verklaringen van appellant en X, bankafschriften waaruit regelmatige betalingen bleken, en rapportages van het college. Onzekerheid over huurbetalingen deed niet af aan het oordeel dat voldoende middelen aanwezig waren.
De Raad concludeerde dat appellant de bewijslast van bijstandbehoevendheid niet had voldaan en wees het hoger beroep af. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd.