ECLI:NL:CRVB:2021:1495
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijzondere bijstand voor aanvullende zorgverzekering
Appellante vroeg op 21 februari 2018 bijzondere bijstand aan voor een aanvullende ziektekostenverzekering bij het Zilveren Kruis, omdat deze beter zou aansluiten bij haar medische behoeften dan de collectieve zorgverzekering voor minima (CZM) die het college aanbiedt. Het college wees de aanvraag af omdat appellante niet had aangetoond dat haar verzekering beter aansloot dan de CZM. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat haar verzekering meer fysiotherapie behandelingen vergoedde (27 versus 18) en dat zij vanwege chronische klachten en haar geloofsovertuiging specifieke zorg nodig had. De Raad oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom het verschil in fysiotherapiebehandelingen niet relevant was, aangezien appellante begin 2018 haar keuze moest maken op basis van een behoefte aan 27 behandelingen, terwijl de omstandigheden die haar gebruik beperkten pas later in 2018 ontstonden.
De Raad kwalificeerde de bijdrage op grond van artikel 15 van Pro de Beleidsregels als buitenwettelijk begunstigend beleid en toetste terughoudendheid of het beleid consistent was toegepast. De motivering van het college voldeed niet, waardoor het besluit vernietigd werd. Het college moet een nieuwe beslissing nemen met inachtneming van de uitspraak. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat nog niet vaststond of appellante schade had geleden. Het college werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van het college Alkmaar tot afwijzing van de bijzondere bijstand wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering en het college moet een nieuwe beslissing nemen.