ECLI:NL:RBDHA:2024:18968
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toekenning overbruggingsuitkering en bijzondere bijstand aan statushouder
Eiser, een statushouder die sinds 1 april 2023 in een flexwoning verblijft, kreeg een eenmalige overbruggingsuitkering van € 200,- en bijzondere bijstand voor inrichtingskosten in de vorm van een lening van € 500,- toegekend. Verweerder handhaafde dit besluit na bezwaar. Eiser stelde dat de overbruggingsuitkering in strijd was met de Beleidsregels bijzondere bijstand en dat de bijzondere bijstand ten onrechte niet om niet werd verstrekt.
De rechtbank oordeelde dat de Richtlijn Centrum Flex Wonen, waarop verweerder zich baseert, als buitenwettelijk begunstigend beleid geldt en terughoudend wordt getoetst. De rechtbank vond dat het beleid consistent is toegepast en dat de hoogte van de overbruggingsuitkering redelijk is, mede omdat deze aansluit bij het leefgeld van het COA.
Ten aanzien van de bijzondere bijstand voor inrichtingskosten overwoog de rechtbank dat deze volgens de Participatiewet en Beleidsregels in beginsel als lening wordt verstrekt, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen. Verweerder heeft rekening gehouden met het feit dat het verblijf tijdelijk was en heeft aanvullende bedragen toegekend bij doorverhuizing en gezinsuitbreiding, waardoor het totaal toegekende bedrag van € 5.500,- niet in strijd is met de Beleidsregels.
De rechtbank volgde verweerder ook in het standpunt dat het bedrag van € 1.500,- dat eiser beschikte en besteedde aan een auto, in mindering mocht worden gebracht op de bijzondere bijstand, omdat eiser daarmee over middelen beschikte en geen noodzaak voor de auto was gebleken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit tot toekenning van een overbruggingsuitkering en bijzondere bijstand is ongegrond verklaard.