ECLI:NL:CRVB:2021:1501
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor eerste maand huur en inrichtingskosten wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellanten verzochten bijzondere bijstand voor de kosten van de eerste maand huur en voor stofferings- en inrichtingskosten. Het college wees deze aanvragen af omdat niet was voldaan aan de vereiste van bijzondere omstandigheden die tot noodzakelijke kosten van het bestaan leiden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Hoewel de kosten zich voordoen en noodzakelijk zijn, vloeien zij niet voort uit bijzondere omstandigheden. De verhuizing was voorspelbaar omdat appellanten lange tijd bij de ouders van appellant woonden, waardoor de verhuizing in de lijn der verwachtingen lag.
Er was geen sprake van een acute noodsituatie en appellanten ontvingen al bijstand vanaf oktober 2015, waardoor zij hadden kunnen reserveren. De stelling dat zij dit vanwege schuldenproblematiek niet konden, werd verworpen omdat vaste rechtspraak stelt dat schulden geen bijzondere omstandigheid vormen. Ook was geen sprake van ongelijke behandeling door het college. Het hoger beroep werd daarom afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand bevestigd.