ECLI:NL:CRVB:2021:1513
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onbevoegdheid bestuursrechter bij schadevergoeding UWV-startkrediet
Appellant vroeg bij het UWV een startkrediet aan maar stuurde niet de gevraagde gegevens in, waardoor het UWV de aanvraag niet in behandeling nam. Appellant vorderde vervolgens schadevergoeding wegens vermeende fouten en vertragingen bij het UWV, waaronder het wachten op een arbeidsdeskundige en gemaakte kosten.
De rechtbank verklaarde zich onbevoegd tot kennisneming van de schadevergoeding omdat appellant geen onrechtmatig besluit of ander in artikel 8:88 Awb Pro genoemd onrechtmatig handelen had gesteld. In hoger beroep handhaafde appellant zijn verzoek, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de bestuursrechter slechts bevoegd is bij schade door onrechtmatige besluiten of handelingen zoals genoemd in artikel 8:88 Awb Pro.
Omdat appellant geen van deze gronden had aangevoerd, bevestigde de Raad de onbevoegdheidsverklaring van de rechtbank. De Raad wees erop dat appellant zich tot de burgerlijke rechter kan wenden voor zijn schadevordering.
De uitspraak werd gedaan door A.I. van der Kris en bevestigd op 16 juni 2021. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de onbevoegdheid van de bestuursrechter en wijst het verzoek om schadevergoeding af.