ECLI:NL:CRVB:2021:1515
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en proceskostenveroordeling
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV inzake een WIA-uitkering. Tijdens het onderzoek ter zitting werd het hoger beroep geschorst om het UWV in de gelegenheid te stellen nader onderzoek te doen. Naar aanleiding daarvan nam het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante.
Hierop trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Centrale Raad van Beroep het UWV te veroordelen in de proceskosten. De Raad oordeelde dat de gewijzigde beslissing van het UWV de gronden van het hoger beroep wegnam, waardoor intrekking gerechtvaardigd was. De reeds door het UWV vergoede kosten voor rechtsbijstand kwamen niet voor vergoeding in aanmerking.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten die appellante redelijkerwijs had moeten maken in verband met de behandeling van het beroep en hoger beroep, inclusief reiskosten. De vergoeding bedroeg in totaal € 2.415,80. De uitspraak werd gedaan door S.B. Smit-Colenbrander op 23 juni 2021.
Uitkomst: Het hoger beroep is ingetrokken en het UWV is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante.