ECLI:NL:CRVB:2021:152
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Volgens artikel 8:41 Awb Pro moet bij het indienen van een beroepschrift griffierecht worden betaald, hetgeen ook geldt voor hoger beroep op grond van artikel 8:108 Awb Pro. Appellante is op 15 oktober 2020 en opnieuw op 15 november 2020 schriftelijk gewezen op de verschuldigdheid en de betalingstermijnen van het griffierecht van €131.
Ondanks deze waarschuwingen heeft appellante het griffierecht niet binnen de gestelde termijn voldaan. De Raad oordeelt dat appellante in verzuim is en verklaart het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling van de zaak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door rechter J.P.M. Zeijen en griffier J.M. Labage op 21 januari 2021. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden aangetekend bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.