Uitspraak
19 3288 WIA
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
H. Spaargaren als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 juni 2021.
Centrale Raad van Beroep
Appellante was klantadviseur en meldde zich ziek met lichamelijke klachten. Het UWV kende haar een WGA-uitkering toe met 100% arbeidsongeschiktheid, maar stelde na herbeoordeling vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde de uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen werden onderschat en dat zij recht had op een IVA-uitkering. Zij stelde dat de FML van 2015 had moeten worden gevolgd en dat de geselecteerde functies niet geschikt waren. De Raad concludeerde dat het UWV een zorgvuldig medisch onderzoek had uitgevoerd, waarbij alle relevante medische informatie was betrokken. Er was geen aanleiding om aan te nemen dat de beperkingen waren onderschat of dat de geselecteerde functies ongeschikt waren.
Appellante kon geen nieuwe medische informatie aandragen die twijfel zou zaaien over de beoordeling. Ook het betoog dat het beginsel van equality of arms was geschonden, werd verworpen. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WGA-uitkering terecht is beëindigd wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.