ECLI:NL:CRVB:2021:1551
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening schuldig nalatig-verklaring AOW-premies jaren 1992-1994
Appellant verzocht de Centrale Raad van Beroep om terug te komen op eerdere besluiten waarin hij schuldig nalatig werd verklaard voor het niet betalen van AOW-premies over de jaren 1992, 1993 en 1994. Deze schuldig nalatig-verklaringen leidden tot een korting op zijn AOW-uitkering.
De Raad overwoog dat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangevoerd die herziening rechtvaardigen. De nabetaling van een WAO-uitkering waarop premies werden ingehouden, kon niet worden aangemerkt als betaling van de openstaande premieschuld die door de Belastingdienst ambtshalve was vastgesteld.
De Raad bevestigde dat de premieschuld over de betreffende jaren niet was voldaan en dat de Sociale verzekeringsbank terecht weigerde de besluiten te herzien. De klacht over het inhouden van vakantiegeld viel buiten het bestreden besluit en werd niet behandeld. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Gelderland werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Sociale verzekeringsbank om de schuldig nalatig-verklaringen te herzien wegens ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.