Uitspraak
20.660 PW
OVERWEGINGEN
vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
De zaak betreft een beroep van appellant tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven over de terugvordering van bijstandskosten over de periode van 21 augustus 2014 tot en met 8 juli 2015. Het college had de bijstand herzien en teruggevorderd wegens schending van de inlichtingenplicht door appellant.
De Raad verwees naar een eerdere uitspraak waarin was bepaald dat het college een nieuwe berekening moest maken van het terugvorderingsbedrag. Het college stelde vervolgens een lager bedrag vast dan oorspronkelijk, maar kon niet direct inzichtelijk maken hoe dit bedrag was berekend. Pas in beroep gaf het college een uitgebreide toelichting waaruit bleek dat het oorspronkelijke terugvorderingsbedrag te laag was door een fout in de brutering.
Hoewel het bestreden besluit een motiveringsgebrek vertoonde, werd dit met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro gepasseerd omdat appellant daardoor niet benadeeld was. De Raad verklaarde het beroep ongegrond en veroordeelde het college tot vergoeding van de kosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard ondanks een motiveringsgebrek, omdat appellant daardoor niet is benadeeld.