ECLI:NL:CRVB:2021:1559

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
30 juni 2021
Publicatiedatum
30 juni 2021
Zaaknummer
19/1259 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Intrekking
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbBesluit proceskosten bestuursrechtWet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming UWV in WAO-uitkering met kostenveroordeling

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland inzake een WAO-uitkering. Het UWV heeft bij besluit van 4 februari 2021 het bezwaar van appellant alsnog gegrond verklaard en de uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100% vastgesteld met ingang van 24 juli 2016.

Naar aanleiding hiervan heeft appellant het hoger beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenveroordeling tegen het UWV. De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat het UWV aan appellant is tegemoetgekomen en heeft het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep.

De proceskosten zijn begroot op in totaal € 2.670,-, verdeeld over kosten in beroep en hoger beroep. Voor het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het UWV wenden. De uitspraak is gedaan door A.I. van der Kris, in aanwezigheid van griffier A.L.K. Dagmar, en uitgesproken in het openbaar op 30 juni 2021.

Uitkomst: Het hoger beroep is ingetrokken na tegemoetkoming door het UWV en het UWV is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.

Uitspraak

Datum uitspraak: 30 juni 2021
19/1259 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van
14 februari 2019, 18/1916 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. D.D. Pietersz, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Namens appellant heeft mr. Pietersz het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht om het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Partijen hebben desgevraagd verklaard geen gebruik te willen maken van het recht om op een zitting te worden gehoord, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

1.1.
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
1.2.
Het Uwv heeft bij besluit van 4 februari 2021 het bezwaar van appellant tegen het besluit van 20 oktober 2017 alsnog gegrond verklaard en de uitkering van appellant die hij op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) ontvangt met ingang van 24 juli 2016 gebaseerd op een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het Uwv heeft de kosten voor de in bezwaar verleende beroepsmatig verleende rechtsbijstand vergoed tot een bedrag van € 1.068,-.
1.3.
Hiermee is het Uwv aan appellant tegemoetgekomen. Het Uwv wordt veroordeeld in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.335,- in beroep (1 punt voor het beroepschrift,
1 punt voor het verschijnen ter zitting, 0,5 punt voor reactie, met een waarde van € 534,- per punt) en € 1.335,- in hoger beroep (1 punt voor het hogerberoepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, 0,5 punt voor zienswijze, met een waarde van € 534,- per punt), in totaal € 2.670,-.
1.4.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 2.670,-.
Deze uitspraak is gedaan door A.I. van der Kris, in tegenwoordigheid van A.L.K. Dagmar als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 juni 2021.
(getekend) A.I. van der Kris
(getekend) A.L.K. Dagmar