ECLI:NL:CRVB:2021:1559
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming UWV in WAO-uitkering met kostenveroordeling
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland inzake een WAO-uitkering. Het UWV heeft bij besluit van 4 februari 2021 het bezwaar van appellant alsnog gegrond verklaard en de uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100% vastgesteld met ingang van 24 juli 2016.
Naar aanleiding hiervan heeft appellant het hoger beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenveroordeling tegen het UWV. De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat het UWV aan appellant is tegemoetgekomen en heeft het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep.
De proceskosten zijn begroot op in totaal € 2.670,-, verdeeld over kosten in beroep en hoger beroep. Voor het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het UWV wenden. De uitspraak is gedaan door A.I. van der Kris, in aanwezigheid van griffier A.L.K. Dagmar, en uitgesproken in het openbaar op 30 juni 2021.
Uitkomst: Het hoger beroep is ingetrokken na tegemoetkoming door het UWV en het UWV is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.