ECLI:NL:CRVB:2021:1562
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, die zich ziek meldde met psychische en lichamelijke klachten, vroeg om een WIA-uitkering. Het UWV weigerde deze omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% was vastgesteld. Na bezwaar en beroep werd dit besluit door de rechtbank bevestigd. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen werden onderschat, mede door moeilijk objectiveerbare klachten en psychische aandoeningen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het medisch onderzoek door het UWV zorgvuldig en volledig was, waarbij alle relevante medische informatie is betrokken. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft de beperkingen adequaat in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) vastgelegd en gemotiveerd waarom een urenbeperking niet noodzakelijk is.
De Raad concludeert dat de functies die ten grondslag liggen aan de berekening van het arbeidsongeschiktheidspercentage medisch geschikt zijn voor appellante. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het hoger beroep wordt verworpen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht de WIA-uitkering heeft geweigerd wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.