ECLI:NL:CRVB:2021:1566
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en toewijzing proceskosten
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV. Het UWV nam op 18 november 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Hierdoor trok appellante het hoger beroep in bij brief van 9 december 2020 en verzocht de Raad om het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het verzoek tot intrekking van het hoger beroep geaccepteerd. Op grond van de toepasselijke artikelen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan het bestuursorgaan worden veroordeeld in de kosten als het geheel of gedeeltelijk aan de bezwaren tegemoetkomt.
De Raad constateerde dat het UWV reeds een bedrag van €1.050,- had vergoed voor rechtsbijstandkosten in bezwaar, zodat deze niet opnieuw vergoed worden. De Raad veroordeelde het UWV echter tot vergoeding van de proceskosten van appellante voor de behandeling van het beroep en hoger beroep, begroot op in totaal €1.068,-. Appellante kan het betaalde griffierecht rechtstreeks bij het UWV verhalen.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €1.068,- aan proceskosten aan appellante na intrekking van het hoger beroep.