Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2021:1566

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
30 juni 2021
Publicatiedatum
30 juni 2021
Zaaknummer
19/5 WIA
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en toewijzing proceskosten

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV. Het UWV nam op 18 november 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Hierdoor trok appellante het hoger beroep in bij brief van 9 december 2020 en verzocht de Raad om het UWV te veroordelen in de proceskosten.

De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het verzoek tot intrekking van het hoger beroep geaccepteerd. Op grond van de toepasselijke artikelen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan het bestuursorgaan worden veroordeeld in de kosten als het geheel of gedeeltelijk aan de bezwaren tegemoetkomt.

De Raad constateerde dat het UWV reeds een bedrag van €1.050,- had vergoed voor rechtsbijstandkosten in bezwaar, zodat deze niet opnieuw vergoed worden. De Raad veroordeelde het UWV echter tot vergoeding van de proceskosten van appellante voor de behandeling van het beroep en hoger beroep, begroot op in totaal €1.068,-. Appellante kan het betaalde griffierecht rechtstreeks bij het UWV verhalen.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €1.068,- aan proceskosten aan appellante na intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

Datum uitspraak: 30 juni 2021
19/5 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van
21 november 2018, 18/865 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. B.M. Voogt hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft op 18 november 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 9 december 2020 heeft mr. Voogt namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 18 november 2020 volledig aan de bezwaren van appellante tegemoet is gekomen.
Uit de gewijzigde beslissing op bezwaar blijkt dat het Uwv de kosten voor verleende rechtsbijstand van appellante in bezwaar tot een bedrag van € 1.050,- al heeft vergoed.
Deze kosten komen dan ook niet voor vergoeding in aanmerking.
De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordeeld in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op
€ 534,- in beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift) en € 534,- in hoger beroep
(1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift).
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 1068,-.
Deze uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in tegenwoordigheid van H. Alajai als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 juni 2021.
(getekend) S.B. Smit-Colenbrander
(getekend) H. Alajai
IvR