ECLI:NL:CRVB:2021:1580
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV over niet-duurzame arbeidsongeschiktheid Wajong-uitkering
Appellant, geboren in 1983, ontving sinds 2012 een Wajong-uitkering vanwege psychische problematiek. Het UWV stelde in 2017 vast dat appellant geen arbeidsvermogen had, maar dat deze situatie niet duurzaam was, wat leidde tot een verlaging van de uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, omdat uit medische rapporten bleek dat er nog reële behandelmogelijkheden waren voor zijn PTSS en depressieve stoornis.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt dat hij duurzaam arbeidsongeschikt is en overhandigde aanvullende medische gegevens van de GGZ Noord-Holland. De Raad concludeerde echter dat het voortijdig afbreken van de behandeling niet voortkomt uit ziekte of gebrek en onderschrijft het standpunt van het UWV dat het arbeidsvermogen niet duurzaam ontbreekt.
De Raad zag geen aanleiding om een onafhankelijke deskundige te benoemen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens wees de Raad het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat de procedure binnen de vierjaarstermijn bleef.
De uitspraak werd gedaan door voorzitter E.J.J.M. Weyers op 1 juli 2021.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV wordt bevestigd; het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen.