ECLI:NL:CRVB:2021:1588
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over arbeidsongeschiktheid wegens onvolledige medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante was arbeidsongeschikt verklaard met een WIA-uitkering van 63,26% per 29 september 2017. Zij stelde dat het medisch onderzoek onvoldoende was en dat haar beperkingen op meerdere punten niet juist waren vastgesteld, waaronder aandacht, geheugen, inzicht, zelfstandig handelen, handelingstempo, verdelen van aandacht en professioneel autorijden.
De rechtbank had het beroep van appellante ongegrond verklaard, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het onderzoek van de primaire arts wel zorgvuldig was, maar dat het UWV ten onrechte geen beperkingen had aangenomen voor het verdelen van de aandacht en professioneel autorijden. Hierdoor was de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) onvolledig en was ook de arbeidskundige beoordeling gebrekkig.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen, waarbij het zich moet uitlaten over de duurzaamheid van de volledige arbeidsongeschiktheid. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het bestreden besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.