ECLI:NL:CRVB:2021:1607
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ouderdomspensioen terecht toegekend wegens ontbreken duurzaam gescheiden leven
Appellante diende een aanvraag in voor een ouderdomspensioen op grond van de AOW en gaf aan sinds 2010 duurzaam gescheiden te leven van haar echtgenoot. De Sociale verzekeringsbank (Svb) kende haar echter een pensioen toe voor gehuwden vanwege een aanzienlijke financiële verstrengeling en gezamenlijke afspraken over eigendommen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. Deze Raad oordeelde dat duurzaam gescheiden leven inhoudt dat echtgenoten elk een eigen leven leiden alsof zij niet gehuwd zijn, ongeacht samenwonen.
De Raad stelde vast dat appellante en haar echtgenoot gezamenlijke eigendommen bezitten, de opbrengsten delen en elkaar wekelijks ontmoeten, wat niet strookt met duurzaam gescheiden leven. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagde niet omdat appellante dit onvoldoende onderbouwde.
Daarom werd het hoger beroep verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het ouderdomspensioen wordt terecht toegekend als gehuwd.