ECLI:NL:CRVB:2021:1643

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
8 juli 2021
Publicatiedatum
8 juli 2021
Zaaknummer
21/529 ZW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 AwbArt. 6:24 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding in sociale zekerheidszaak

In deze zaak is het beroepschrift tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel ontvangen op 8 februari 2021, terwijl de beroepstermijn zes weken bedroeg en het beroepschrift uiterlijk op 4 februari 2021 ter post had moeten worden bezorgd. De poststempel op de enveloppe wees uit dat het beroepschrift op 5 februari 2021 is verzonden, waardoor het niet tijdig is ingediend.

De gemachtigde van appellante gaf aan dat hij vanuit huis werkte en geen frankeermachine tot zijn beschikking had, waardoor de verzenddatum niet met een datum- of frankeerstempel kon worden aangetoond. Contact met PostNL leverde geen aanvullende informatie op. De Raad oordeelde dat deze omstandigheden onvoldoende zijn om te concluderen dat appellante niet in verzuim was.

Daarom werd het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder verder onderzoek. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in aanwezigheid van griffier J.M. Labage, op 8 juli 2021.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig indienen van het beroepschrift.

Uitspraak

Datum uitspraak: 8 juli 2021
21/529 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van
23 december 2020, 19/2407 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

B.R. Wagtenveld heeft als gemachtigde van appellante hoger beroep ingesteld.

OVERWEGINGEN

Ingevolge artikel 6:24 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van die wet geldt het volgende.
De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in met ingang van de dag na die waarop de aangevallen uitspraak door middel van de toezending van een afschrift aan partijen is bekendgemaakt.
Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
De uitspraak waartegen hoger beroep is ingesteld is op 23 december 2020 in afschrift aan partijen toegezonden.
Het beroepschrift is op 8 februari 2021 ontvangen. Het is, gezien de poststempel op de enveloppe, op 5 februari 2021 ter post bezorgd.
Op grond hiervan moet worden geoordeeld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.
Ten aanzien van een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
Bij brief van 15 februari 2021 is aan de gemachtigde van appellante gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding.
De gemachtigde van appellante heeft daarop bij brief van 17 februari 2021 geantwoord dat hij vanuit huis werkt en daardoor geen frankeermachine tot zijn beschikking heeft. De verzenddatum is hierdoor niet aan te tonen door middel van een datumstempel of frankeerstempel op de enveloppe. Hij heeft ook contact gehad met PostNL maar zij kunnen hierover absoluut niets melden.
Wat de gemachtigde van appellante heeft aangevoerd, bevat geen grond waarop redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in tegenwoordigheid van J.M. Labage als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 juli 2021.
(getekend) S.B. Smit-Colenbrander
(getekend) J.M. Labage
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.
IvR