ECLI:NL:CRVB:2021:1669
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant en tegelijkertijd een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening gedaan bij de Centrale Raad van Beroep.
De voorzieningenrechter heeft beoordeeld dat op grond van artikel 8:82 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) griffierecht verschuldigd is voor het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening. Verzoeker heeft verzocht om vrijstelling van het griffierecht, maar dit verzoek is afgewezen omdat zijn netto-inkomen meer dan 95% van de bijstandsnorm bedraagt.
Ondanks meerdere aanmaningen heeft verzoeker het griffierecht niet voldaan binnen de gestelde termijn. Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb. Er is geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.