Uitspraak
20 119 WAJONG
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
.Deze voorwaarden behoeven daarom geen verdere bespreking.
Centrale Raad van Beroep
Appellante vroeg een Wajong-uitkering aan wegens incontinentie en depressieve klachten, maar het UWV concludeerde na verzekeringsgeneeskundig onderzoek dat zij op de peildatum over arbeidsvermogen beschikte. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en stelde vast dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep terecht oordeelde dat appellante ten minste vier uur per dag belastbaar is en een taak kan uitvoeren binnen een arbeidsorganisatie.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij vanwege haar aandoeningen niet vier uur per dag belastbaar is en geen taak kan verrichten, en verzocht om benoeming van een deskundige. De Centrale Raad van Beroep volgde het UWV en de rechtbank in hun oordeel dat het onderzoek zorgvuldig was, dat er geen medische indicatie is voor urenbeperking en dat appellante beschikt over basale werknemersvaardigheden en in staat is een passende taak uit te voeren.
De Raad benadrukte dat het ontbreken van arbeidsvermogen volgens het Schattingsbesluit wordt vastgesteld aan de hand van vier criteria, waarvan appellante slechts aan één hoeft te voldoen. Omdat zij voldoet aan de voorwaarden voor arbeidsvermogen, is zij niet jonggehandicapt. De Raad zag geen aanleiding voor het benoemen van een deskundige en wees het hoger beroep af. De aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit dat appellante over arbeidsvermogen beschikt wordt bevestigd.