ECLI:NL:CRVB:2021:168
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening schuldig nalatig verklaring AOW-premie 2005
Appellant is in 2011 schuldig nalatig verklaard voor het niet betalen van AOW-premie over 2005, wat leidde tot een korting op zijn ouderdomspensioen. In 2017 verzocht hij om herziening van dit besluit, maar dit verzoek werd door de Sociale verzekeringsbank (Svb) en later door de rechtbank afgewezen. Appellant stelde in hoger beroep dat de kwijtschelding van zijn openstaande aanslag inkomstenbelasting over 2005 door de Belastingdienst een nieuw feit vormde dat herziening rechtvaardigde.
De Raad oordeelt dat de kwijtschelding geen nieuw feit is, omdat deze na het bestreden besluit heeft plaatsgevonden. Tevens is het besluit van de Svb om niet terug te komen op de schuldig nalatig verklaring niet onmiskenbaar onjuist of evident onredelijk. De Raad bevestigt daarom de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep af.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 28 januari 2021.
Uitkomst: Het verzoek tot terugkomen van de schuldig nalatig verklaring over 2005 wordt afgewezen.