Uitspraak
18 5105 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor inrichtingskosten van een nieuwe woning, nadat hij een lening had afgesloten bij de Kredietbank Amsterdam. Het college wees de aanvraag af omdat de lening als voorliggende voorziening geldt en appellant de verhuis- en inrichtingskosten had kunnen reserveren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel.
De Raad overwoog dat kredietverlening door de gemeentelijke kredietbank een vaste voorliggende voorziening is. Hoewel appellant aangaf dat de lening niet toereikend was, was het resterende bedrag geen bijzondere omstandigheid die bijzondere bijstand rechtvaardigt. De verhuizing was voorzienbaar gezien de gezinssamenstelling en de beschikbare tijd om te reserveren.
Subsidiair werd het verzoek om bijzondere bijstand in de vorm van een lening afgewezen omdat geen recht op bijzondere bijstand bestond. Het verzoek om vergoeding van proceskosten werd eveneens afgewezen. De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek om bijzondere bijstand wordt geweigerd.