ECLI:NL:RBDHA:2024:10344
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor inrichtingskosten wegens leningmogelijkheid bij gemeentelijke kredietbank
Eiseres vroeg bijzondere bijstand aan voor inrichtingskosten van haar woning na een verhuizing op basis van een urgentieverklaring. De gemeente Delft wees de aanvraag aanvankelijk af omdat eiseres niet eerst een lening bij de gemeentelijke kredietbank (GKB) had aangevraagd. Na bezwaar verklaarde de gemeente het bezwaar tegen het eerste besluit gegrond en het bezwaar tegen het tweede besluit ongegrond. Eiseres stelde dat het afsluiten van een lening bij de GKB haar godsdienstvrijheid zou schenden omdat haar religie renteverbod kent.
De rechtbank oordeelde dat de Participatiewet bijzondere bijstand uitsluit indien een toereikende en passende voorliggende voorziening beschikbaar is, zoals een lening bij de GKB. Eiseres had deze mogelijkheid niet benut. De rechtbank stelde vast dat de weigering van bijzondere bijstand geen beperking van het recht op vrijheid van godsdienst inhoudt, omdat de regelgeving neutraal is en geen rekening houdt met persoonlijke religieuze overtuigingen.
Het beroep faalde en de afwijzing van bijzondere bijstand bleef in stand. Eiseres kreeg geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug. De uitspraak werd gedaan door rechter C.J. Waterbolk op 10 april 2024 en partijen werden geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van bijzondere bijstand wordt ongegrond verklaard omdat een lening bij de gemeentelijke kredietbank een passende voorliggende voorziening is.