ECLI:NL:CRVB:2021:1695
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing nabestaandenuitkering wegens niet voldoen aan Anw-voorwaarden
Appellant heeft in mei 2015 een nabestaandenuitkering aangevraagd op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw) vanwege het overlijden van zijn partner in 2013. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat appellant niet met de overledene samenwoonde of gehuwd was en geen gezamenlijke huishouding voerde. Tevens voldeed appellant niet aan de aanvullende voorwaarden van de Anw, zoals het hebben van een ongehuwd kind jonger dan 18 jaar of arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat hij niet arbeidsongeschikt was en geen ongehuwd kind had dat aan de voorwaarden voldeed. In hoger beroep stelde appellant dat hij wel meer dan 45% arbeidsongeschikt was en dat hij een gezamenlijke huishouding voerde. Hij overhandigde een medisch rapport uit 2020, maar dit rapport kon niet aantonen dat hij ten tijde van het overlijden in 2013 arbeidsongeschikt was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de voorwaarden van de Anw onverminderd gelden ondanks het EU-lidmaatschap van Kroatië en het toepasselijke Verdrag. Omdat appellant niet voldeed aan de arbeidsongeschiktheidsvoorwaarde en geen ongehuwd kind had, werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de afwijzing van de uitkering bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag voor een nabestaandenuitkering is terecht afgewezen omdat appellant niet voldeed aan de voorwaarden van de Algemene nabestaandenwet.