ECLI:NL:CRVB:2021:1698
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging wijziging ouderdomspensioen wegens ontbreken duurzaam gescheiden leven
Appellant ontving sinds 1 juli 2007 een ouderdomspensioen voor een ongehuwde pensioengerechtigde. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) startte in 2018 een onderzoek naar de leefsituatie van appellant in het kader van duurzaam gescheiden leven. Na een huisbezoek en een ondertekend formulier wijzigde de Svb bij besluit van 7 maart 2019 het pensioen per 1 maart 2019 naar een gehuwdenpensioen, omdat geen sprake was van duurzaam gescheiden leven.
De rechtbank oordeelde dat appellant en zijn echtgenote een huwelijkse relatie onderhouden met regelmatig contact, gezamenlijke activiteiten en wederzijdse betrokkenheid, waardoor duurzaam gescheiden leven ontbrak. Appellant voerde in hoger beroep aan dat er geen financiële verstrengeling was en verwees naar beleidsregel SB1002, stellende dat de herziening onterecht was.
De Raad volgde de rechtbank en stelde vast dat de Svb terecht geen duurzaam gescheiden leven aannam. De Raad wees erop dat de Svb niet verplicht is fouten uit het verleden voort te zetten en dat beleidsregel SB1002 geen rechtens relevant beleid is. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de wijziging van het ouderdomspensioen naar een gehuwdenpensioen bevestigd.