ECLI:NL:CRVB:2021:1701
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid per 22 maart 2017
Appellant, voormalig automatenoperator, meldde zich ziek na een auto-ongeval en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was per 22 maart 2017 en weigerde de uitkering. Appellant maakte bezwaar en beroep, waarbij een verzekeringsarts bezwaar en beroep een FML opstelde met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 2,28%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij geen benutbare mogelijkheden had en dat zijn beperkingen onderschat waren, met verwijzing naar diverse medische rapporten en psychische klachten. De Centrale Raad van Beroep benoemde een onafhankelijke verzekeringsarts als deskundige, die concludeerde dat appellant op de datum in geding een whiplash-associated disorder graad 1 had, maar niet volledig arbeidsongeschikt was.
De deskundige achtte een spreekuurcontact niet noodzakelijk voor een retrospectieve beoordeling gezien de beschikbare psychiatrische expertise. De Raad vond het rapport begrijpelijk en goed gemotiveerd, zag geen reden om de conclusies te verwerpen en bevestigde het standpunt van het UWV. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen per 22 maart 2017 wordt bevestigd.