ECLI:NL:CRVB:2021:1708
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante was werkzaam als schoonmaakster en meldde zich ziek met epileptische aanvallen en handklachten. Het UWV weigerde een WIA-uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht en geschikt voor meerdere functies. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en onderschreef de medische rapporten van verzekeringsartsen.
In hoger beroep stelde appellante dat haar beperkingen ernstiger waren dan aangenomen, met name door frequente epileptische aanvallen en CTS-klachten. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de medische stukken dit niet onderbouwen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat op de datum in geding geen urenbeperking noodzakelijk was en dat de handklachten niet belemmerend waren.
De Raad bevestigt daarmee het oordeel van de rechtbank dat appellante geschikt is voor de voorgestelde functies en dat er geen reden is om het UWV-besluit te vernietigen. De proceskosten worden niet toegewezen. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 14 juli 2021.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.