Uitspraak
25 april 2018, 17/673 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV inzake de WIA. Het UWV nam op 23 december 2019 een gewijzigde beslissing op bezwaar waarmee het geheel tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Vervolgens trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Raad stelde vast dat het onderzoek ter zitting achterwege kon blijven en sloot het onderzoek. Op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht kan het bestuursorgaan worden veroordeeld in de proceskosten indien het tegemoetkomt aan de indiener van het beroepschrift.
De Raad beoordeelde de gevorderde proceskosten en matigde de vergoeding voor de deskundige tot 18 uur tegen het maximumtarief, waardoor het totaalbedrag van de proceskostenvergoeding op €3.502,52 werd vastgesteld. Het griffierecht kan appellant rechtstreeks bij het UWV verhalen.
De Centrale Raad van Beroep veroordeelde het UWV tot betaling van deze proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €3.502,52 aan proceskosten aan appellant.