Uitspraak
19 3382 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving bijzondere bijstand voor de meerkosten van een dieet, toegekend door het college van burgemeester en wethouders van Hellevoetsluis. Het college corrigeerde later het besluit door een einddatum te stellen aan de bijzondere bijstand, waarna appellante bezwaar maakte. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat artikel 35 van Pro de Participatiewet geen grondslag biedt voor een tijdsbeperking van de bijzondere bijstand en dat zij mocht vertrouwen op een onbepaalde voortzetting. De Raad oordeelde dat bijzondere bijstand voor periodieke kosten wel degelijk beperkt kan worden in tijd, aansluitend bij de beoordelingsruimte van het college en de wettelijke draagkrachtperiode van een jaar.
Verder is het college bevoegd een gemaakte fout te herstellen, mits dit niet in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel. Appellante kon redelijkerwijs begrijpen dat de bijzondere bijstand niet voor onbepaalde tijd werd toegekend. De Raad liet ook de mogelijke inbreuk op het eigendomsrecht buiten beschouwing omdat deze gerechtvaardigd is en proportioneel blijft.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; beperking bijzondere bijstand in tijd is rechtmatig en beroep op vertrouwen faalt.