ECLI:NL:CRVB:2021:1774
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand en terugvordering voorschotten na eerdere uitspraak
Appellant diende op 21 augustus 2017 een aanvraag om bijstand in op grond van de Participatiewet. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees deze aanvraag af en vorderde verstrekte voorschotten terug. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Raad vernietigde deze uitspraak en gaf het college opdracht een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.
De Raad oordeelde dat de afwijzing van de aanvraag over de eerste periode onvoldoende was gemotiveerd en vernietigde deze, terwijl de afwijzing over de tweede periode standhield vanwege onvoldoende concrete informatie over de woon- en leefsituatie van appellant.
Het college nam vervolgens een nieuw besluit waarin het bezwaar deels werd gehonoreerd door bijstand toe te kennen over de eerste periode, maar de bijstand werd beëindigd voor de tweede periode vanwege onduidelijkheid. De terugvordering van voorschotten werd gehandhaafd.
Appellant stelde dat hij de gevraagde informatie had verstrekt en dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan, en dat er dringende redenen waren om van terugvordering af te zien. De Raad oordeelde dat de omvang van het geding beperkt was tot de vraag of het college de eerdere uitspraak correct had uitgevoerd, wat het geval was. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het college heeft terecht uitvoering gegeven aan de eerdere uitspraak.