ECLI:NL:CRVB:2021:1783
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen herzieningsbesluit AOW wegens overschrijding bezwaartermijn
Appellant had een toeslag op zijn AOW-pensioen die per 1 september 2014 werd beëindigd omdat zijn partner de pensioengerechtigde leeftijd bereikte. Na meerdere verzoeken om herziening van dit besluit, wees de Sociale Verzekeringsbank (Svb) deze verzoeken af. Op 13 mei 2019 weigerde de Svb opnieuw het besluit te herzien. Het bezwaar van appellant tegen dit besluit werd op 25 september 2019 ontvangen, ruim na de bezwaartermijn.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant geen geldige reden had gegeven voor de te late indiening van het bezwaar. In hoger beroep stelde appellant dat hij zeven jaar in Nederland had gewoond en gewerkt, in tegenstelling tot de door de Svb aangenomen twee jaar. De Raad oordeelde echter dat de Svb terecht niet inhoudelijk op het bezwaarschrift is ingegaan vanwege de overschrijding van de termijn.
De verklaring van appellant dat zijn gezondheidstoestand de overschrijding veroorzaakte, werd niet als verschoonbaar beschouwd, mede omdat het de taak van zijn gemachtigde was tijdig contact op te nemen met de Svb. De Raad bevestigde daarom het vonnis van de rechtbank en wees het beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn zonder verschoonbare reden.