Uitspraak
20.1754 AW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- veroordeelt het college in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 764,40;
- bepaalt dat van het college een griffierecht van € 532,- wordt geheven.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene was sinds 1993 werkzaam bij de gemeente en vervulde vanaf 2001 een functie in salarisschaal 9. Het college besloot in 2018 de functie van betrokkene te herwaarderen naar salarisschaal 8 en hem dienovereenkomstig in te schalen, met een garantietoelage ter compensatie van het salarisverschil. Betrokkene maakte bezwaar tegen deze inschaling.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit tot inschaling in de lagere salarisschaal. Het college ging hiertegen in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de artikelen van de Arbeidsvoorwaardenregeling en de Regeling functiewaardering geen wettelijke grondslag bieden voor een verlaging van de salarisschaal zonder voorafgaand ontslag.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde het college in de proceskosten van betrokkene. Hiermee werd duidelijk dat een herwaardering van een functie die leidt tot een lagere salarisschaal geen gevolgen mag hebben voor het salaris van de ambtenaar die de functie vervult, tenzij een wettelijke grondslag aanwezig is.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en het college wordt veroordeeld in de proceskosten.