ECLI:NL:CRVB:2021:1806
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek ouderdomspensioen AOW wegens ontbreken bewijs wonen en werken
Appellant heeft in januari 2014 een aanvraag ingediend voor een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW), welke bij besluit van 15 januari 2015 is afgewezen wegens gebrek aan bewijs van wonen en werken in Nederland.
Eerder heeft de Raad voor de Rechtspraak in 2017 geoordeeld dat de weigering terecht was, en de Hoge Raad heeft dit oordeel in 2018 bevestigd door het beroep in cassatie niet-ontvankelijk te verklaren, waardoor het besluit rechtens onaantastbaar werd.
In 2019 verzocht appellant om terug te komen op het eerdere besluit, maar dit verzoek werd afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die aanleiding gaven tot herziening. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond.
In hoger beroep heeft appellant gesteld dat hij alle benodigde gegevens had opgestuurd, maar de Centrale Raad van Beroep constateert dat geen bewijsstukken zijn ingediend die het wonen of werken in Nederland aantonen. Daarom wordt het hoger beroep verworpen en wordt de eerdere uitspraak bevestigd.
Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek van appellant wordt afgewezen en de eerdere uitspraak wordt bevestigd.