ECLI:NL:CRVB:2021:1815
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugkomen op eerdere UWV-besluiten wegens ontbreken nieuwe feiten
De appellant heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van het UWV om niet terug te komen op eerdere besluiten van 5 maart 2014 en 14 december 2015. De rechtbank Overijssel heeft het beroep ongegrond verklaard en het UWV-besluit gehandhaafd. In hoger beroep heeft appellant dezelfde gronden aangevoerd als in eerste aanleg, zonder nieuwe feiten of omstandigheden te presenteren.
De Centrale Raad van Beroep heeft het oordeel van de rechtbank onderschreven en geoordeeld dat het UWV terecht heeft vastgesteld dat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn in de zin van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Tevens is vastgesteld dat het bestreden besluit niet evident onredelijk is.
Het hoger beroep is daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 24 juni 2021, na een zitting via videobellen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV wordt bevestigd.