ECLI:NL:CRVB:2021:182
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft zich ziek gemeld met diverse klachten en vroeg meerdere keren een WIA-uitkering aan. Het Uwv weigerde deze op grond van minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig was.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar psychische klachten waren toegenomen en dat nader medisch onderzoek had moeten plaatsvinden. Het Uwv stelde dat de beperkingen uit de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 4 januari 2016 ook op 23 september 2016 van toepassing waren en dat de arbeidsdeskundige geschikte functies had geselecteerd.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank, oordeelde dat het bestreden besluit onvoldoende was gemotiveerd maar dat dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro kon worden gepasseerd. De Raad bevestigde de weigering van de WIA-uitkering en veroordeelde het Uwv in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.