ECLI:NL:CRVB:2021:1825
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante, sinds 1995 arbeidsongeschikt wegens een chronische longaandoening en rugproblemen, kreeg een Wajong-uitkering die in 2018 werd verlaagd van 75% naar 70% van het minimumloon vanwege vastgesteld arbeidsvermogen. Het Uwv baseerde dit op verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek.
De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat de SMBA-systematiek als beoordelingsmethode rechtens aanvaardbaar is en vond het medisch onderzoek zorgvuldig. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het gebruik van een Functionele Mogelijkhedenlijst ontbrak en dat een medisch deskundige had moeten worden benoemd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het Uwv terecht het arbeidsvermogen vaststelde, dat de SMBA-systematiek transparant en toetsbaar is, en dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was. Er was geen aanleiding een deskundige te benoemen en de voorgelegde taken waren passend bij appellantes mogelijkheden. Het hoger beroep werd verworpen en de verlaging van de uitkering bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de Wajong-uitkering naar 70% van het minimumloon wordt bevestigd omdat appellante arbeidsvermogen heeft.