ECLI:NL:CRVB:2021:1831
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellant, voormalig productiemedewerker, vroeg herhaaldelijk om een WAO-uitkering, die telkens werd afgewezen omdat hij geschikt werd geacht voor zijn werk. Na eerdere afwijzingen en rechtsgang diende appellant op 18 december 2018 opnieuw een verzoek in, dat eveneens werd afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat het Uwv terecht stelde dat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd. In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn gezondheid was verslechterd en hij geen inkomen had, maar kon geen nieuw bewijs overleggen dat na het eerdere besluit was ontstaan.
De Raad oordeelde dat het medische stuk uit 1992 reeds bekend was en dus geen nieuw feit is. Ook was het bestreden besluit niet evident onredelijk. Daarom werd de aangevallen uitspraak bevestigd en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek tot toekenning van een WAO-uitkering wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.