ECLI:NL:CRVB:2021:1835
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging arbeidsongeschiktheidspercentage en afwijzing urenbeperking WIA-uitkering
Appellant, voormalig projectmanager ICT, was sinds 22 september 2006 ziek gemeld en ontving een WGA-uitkering op grond van de Wet WIA. Na een herbeoordeling stelde het UWV op 16 maart 2017 vast dat appellant meer arbeidsgeschikt was dan voorheen, met een arbeidsongeschiktheid van 69,45%, later bijgesteld naar 71,77%. Appellant voerde bezwaar en beroep aan tegen deze vaststelling en stelde dat hij vanwege hartklachten, extreme vermoeidheid en cognitieve beperkingen recht had op een urenbeperking.
De rechtbank Amsterdam liet een onafhankelijke verzekeringsarts een deskundigenrapport opstellen, waarin werd geconcludeerd dat appellant in staat was om gemiddeld 8 uur per dag passende arbeid te verrichten, zonder urenbeperking. Dit rapport werd als zorgvuldig en overtuigend beoordeeld. Appellant bracht in hoger beroep een tegenrapport in met een voorgestelde beperking tot 4 uur per dag, 20 uur per week.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het deskundigenrapport van 25 juli 2018 zorgvuldig en consistent was en dat de motivering van de deskundige overtuigend was. De Raad vond geen aanleiding om het rapport buiten beschouwing te laten of een tweede deskundige te benoemen. De Raad bevestigde dat de stoornis in de energiehuishouding niet automatisch leidt tot een urenbeperking en dat appellant met aangepaste werkzaamheden 8 uur per dag kan werken. Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant per 16 februari 2017 voor 71,77% arbeidsongeschikt is en wijst het beroep op een urenbeperking af.