Uitspraak
20.2678 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- veroordeelt het college in de kosten van appellant tot een bedrag van € 1.496,-;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, die bijstand ontvangt op grond van de Participatiewet, vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van een identiteitskaart en een mobiele telefoon nadat hij deze onverwacht was kwijtgeraakt. Het college van burgemeester en wethouders van Helmond wees de aanvragen af omdat deze kosten niet als bijzondere noodzakelijke kosten worden aangemerkt, maar als incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten die uit het inkomen moeten worden betaald.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat deze kosten nooit in aanmerking komen voor bijzondere bijstand. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat onder bijzondere omstandigheden wel aanspraak op bijzondere bijstand mogelijk is, maar dat appellant niet had aangetoond dat gespreide betaling voor hem geen optie was.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, met een verbetering van de motivering. Het verzoek om vergoeding van schade werd afgewezen. Wel werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand voor kosten van een identiteitskaart en mobiele telefoon wordt bevestigd.