ECLI:NL:CRVB:2021:1859
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering dwangsom wegens tijdige beslissing op aanvraag bijzondere bijstand
Appellant diende op 12 februari 2018 een aanvraag in voor bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage rechtsbijstand. Op 11 april 2018 werd deze aanvraag aangevuld met een brief waarin een wijziging van een LAT naar een reguliere toevoeging werd gemeld. Het college besloot op 19 april 2018 tijdig en kende € 77,- toe, hoewel dit bedrag later onjuist bleek te zijn.
Appellant stelde het college in gebreke wegens het niet tijdig beslissen op de aanvullende aanvraag en vorderde een dwangsom. Het college zag de aanvullende aanvraag als onderdeel van de oorspronkelijke aanvraag en wees de dwangsom af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de aanvullende aanvraag geen zelfstandige aanvraag was, maar een aanvulling op de oorspronkelijke aanvraag. Omdat op 19 april 2018 tijdig was beslist, was het college niet gehouden een dwangsom te betalen. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het college tijdig heeft beslist en geen dwangsom verschuldigd is.