ECLI:NL:CRVB:2021:186
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering toeslag wegens schending inlichtingenplicht huwelijk
Appellante ontving een toeslag op grond van de Toeslagenwet (TW) vanaf oktober 2014. Na het huwelijk in 2016 heeft zij dit niet gemeld aan het Uwv, ondanks dat dit invloed had op de hoogte van de toeslag. Het Uwv trok de toeslag in en vorderde het onverschuldigd betaalde bedrag van €3.440,28 bruto terug.
De rechtbank oordeelde dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden en dat het Uwv terecht de toeslag had herzien en teruggevorderd. Appellante stelde dat zij telefonisch contact had gehad met het Uwv en dat haar toen was meegedeeld dat zij geen wijzigingsformulier hoefde in te dienen, en beriep zich op de zesmaandenjurisprudentie.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank en concludeerde dat uit de telefoonregistratie bleek dat het Uwv een standaardantwoord gaf over de meldingsplicht, maar niet dat appellante was vrijgesteld van het doorgeven van haar huwelijk. De zesmaandenjurisprudentie is niet van toepassing bij schending van de inlichtingenplicht. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de terugvordering van de toeslag.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante de inlichtingenplicht heeft geschonden en het Uwv terecht toeslag heeft teruggevorderd.