ECLI:NL:CRVB:2021:1862
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens niet tijdig indienen tijdens detentie
In deze zaak ging het om het bezwaar van appellant tegen besluiten tot herziening, intrekking en terugvordering van bijstand van 14 en 23 januari 2019. Het bezwaar was ingediend op 7 oktober 2019, wat te laat was. Appellant voerde aan dat hij ten tijde van de besluiten in detentie verbleef en dat het college hiervan op de hoogte was.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het enkel bekend zijn van de detentie van appellant onvoldoende is om te concluderen dat de besluiten niet op juiste wijze zijn bekendgemaakt. Het college stuurde de besluiten naar het laatst bekende adres dat overeenkomt met het BRP-adres, omdat het niet geïnformeerd was over een ander verblijfadres.
Appellant had passende maatregelen moeten treffen om de post te laten verzorgen tijdens zijn langdurige afwezigheid. Het feit dat de casemanager in de penitentiaire inrichting de adreswijziging niet had doorgegeven, kwam voor zijn eigen risico. Omdat appellant niet tijdig kennis kon nemen van de besluiten, was er geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant en wees het hoger beroep af. Een kostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige indiening zonder verschoonbare termijnoverschrijding.