ECLI:NL:CRVB:2021:1905
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging plaatsing ambtenaar in eigen functie bij ander dienstonderdeel na reorganisatie
Appellante was werkzaam als groepsfunctionaris C bij een douanekantoor en werd door een reorganisatie per 1 maart 2018 geplaatst bij een ander dienstonderdeel met een vergelijkbaar takenpakket en salarisschaal. Zij weigerde zich direct te melden op de nieuwe locatie na een dienstopdracht.
De staatssecretaris maakte het voornemen tot plaatsing bekend en handhaafde dit na bezwaar. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat de overplaatsing was ingegeven door onenigheden en dat de dienstopdracht onredelijk was.
De Raad oordeelde dat de reorganisatie de reden was voor de plaatsing en dat de functie passend was. De late melding na de dienstopdracht was onrechtmatig en de dienstopdracht was niet onnodig of buitenproportioneel. Het advies van de bedrijfsarts was pas na de dienstopdracht gegeven en veranderde niets aan de rechtmatigheid.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af, omdat geen onrechtmatig besluit was genomen. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de rechtmatigheid van de plaatsing en dienstopdracht en wijst het hoger beroep af.