ECLI:NL:CRVB:2021:194
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig betalen griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Volgens artikel 8:41 en Pro 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht is voor het indienen van het hoger beroep griffierecht verschuldigd. De gemachtigde van appellante is op 25 juni 2020 en opnieuw op 26 juli 2020 schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijnen.
Ondanks deze herinneringen is het griffierecht niet tijdig betaald. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante in verzuim is en verklaart het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J.P.M. Zeijen in aanwezigheid van griffier H. Alajai op 28 januari 2021.
Tegen deze uitspraak staat binnen zes weken schriftelijk verzet open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.