ECLI:NL:CRVB:2021:1943
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op kinderbijslag wegens woonplaats in Italië
Appellante ontving kinderbijslag voor haar dochter, maar de Sociale Verzekeringsbank (Svb) stelde na onderzoek vast dat zij sinds juli 2012 voornamelijk in Italië woonde. De Svb beëindigde daarom het recht op kinderbijslag vanaf het vierde kwartaal 2016. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
De Raad beoordeelde de woonplaats van appellante aan de hand van EU-verordeningen en jurisprudentie van het Hof van Justitie. Appellante verbleef het grootste deel van het jaar in Italië, haar dochter ging daar naar school en het centrum van haar belangen lag in Italië. Hoewel zij banden met Nederland onderhield, zoals een inschrijving in het bevolkingsregister en het gebruik van Nederlandse diensten, waren deze onvoldoende om haar woonplaats in Nederland aan te nemen.
De Raad concludeert dat appellante geen recht had op kinderbijslag in de bestreden periode. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Appellante had haar woonplaats in Italië, waardoor zij geen recht had op Nederlandse kinderbijslag in de bestreden periode.