ECLI:NL:CRVB:2021:1952
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroepschrift WIA-uitkering afgewezen
Appellante heeft verzet ingesteld tegen de eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep waarin haar beroepschrift tegen het UWV-besluit van 4 september 2019 niet-ontvankelijk werd verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn. Appellante stelde dat zij in een moeilijke periode verkeerde, met onder meer mishandeling, verhuizingen en onderschepping van haar post, waardoor het beroepschrift te laat is ontvangen.
De Raad heeft vastgesteld dat het beroepschrift op 16 oktober 2019 is gedateerd, maar pas op 18 oktober 2019 is ontvangen, zowel in niet-aangetekende als aangetekende vorm. Volgens artikel 6:9, tweede lid, Awb geldt het poststempel als bewijs van tijdige verzending, en dit wijst uit dat het beroepschrift te laat is ingediend.
Hoewel de Raad begrip heeft voor de persoonlijke omstandigheden van appellante, acht zij deze onvoldoende om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. Appellante was zich bewust van het risico van niet-tijdige bezorging door niet-aangetekende verzending en had maatregelen kunnen nemen om dit te voorkomen. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroepschrift wordt ongegrond verklaard wegens te late indiening.