ECLI:NL:CRVB:2021:1955
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening bijstand en boete wegens niet melden gokinkomsten en kasstortingen
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en werd onderzocht nadat bleek dat hij eigenaar was geweest van meerdere auto’s en regelmatig contant geld had gestort en betalingen via Sepay had gedaan. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag stelde een onderzoek in en vroeg bankafschriften op over een langere periode dan de gebruikelijke drie maanden.
De Raad oordeelde dat het opvragen van bankafschriften over een langere periode gerechtvaardigd was vanwege concrete aanwijzingen, zoals de registratie van meerdere auto’s en kasstortingen. De inbreuk op de privacy was proportioneel en niet in strijd met artikel 8 EVRM Pro. Appellant had zich bewust moeten zijn van zijn meldingsplicht omtrent gokactiviteiten en kasstortingen, wat hij niet heeft gedaan.
Het college herzag de bijstand over de periode van 1 februari 2012 tot en met 31 december 2017 en vorderde een bedrag terug, inclusief brutering wegens belasting en premies. Tevens werd een boete opgelegd wegens schending van de inlichtingenplicht. De rechtbank had deze besluiten bevestigd, en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraken na hoger beroep. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de bijstand en de opgelegde boete wegens het niet melden van kasstortingen en gokinkomsten.