ECLI:NL:CRVB:2021:1966
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling mate van arbeidsongeschiktheid en schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn WIA-uitkering
Appellante, werkzaam als verpleegkundige, werd sinds 2010 arbeidsongeschikt verklaard met een mate van 80-100%. Na herbeoordeling stelde het UWV de arbeidsongeschiktheid vast op 64,88% per 22 november 2016. Appellante betwistte deze vaststelling en stelde dat haar beperkingen werden onderschat, mede vanwege lichamelijke aanvallen en psychische klachten.
De rechtbank oordeelde dat de medische beoordeling van de verzekeringsartsen juist was en dat de arbeidsdeskundige de geselecteerde functies passend had gemotiveerd. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen zwaarder waren dan vastgesteld en verzocht om benoeming van een psychiater als deskundige, wat werd afgewezen.
De Raad volgde de rechtbank en verzekeringsarts en concludeerde dat de beperkingen adequaat waren beoordeeld, waarbij ook het risico op terugval en nieuwe diagnoses waren betrokken. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd toegewezen, omdat de procedure meer dan vier jaar duurde, wat leidde tot een vergoeding van €1.000,-. De Staat werd tevens veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de Staat wordt veroordeeld tot betaling van €1.000,- schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.