ECLI:NL:CRVB:2021:1971
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op IVA-uitkering wegens niet-duurzame volledige arbeidsongeschiktheid
Appellante is na afloop van de wachttijd een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend wegens 100% arbeidsongeschiktheid. Na een verzoek tot herbeoordeling bleef de mate van arbeidsongeschiktheid ongewijzigd, maar het UWV weigerde een IVA-uitkering toe te kennen omdat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam werd geacht.
De rechtbank bevestigde dit oordeel en vond het medisch onderzoek van het UWV zorgvuldig en voldoende onderbouwd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat een revalidatietraject de belastbaarheid van appellante nog kan verbeteren, ondanks het ontbreken van chirurgische opties voor haar hand- en polsaandoening.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar situatie verslechterd is en dat er geen herstel mogelijk is, maar de Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank. Het verzoek om nieuwe röntgenfoto’s in te dienen werd afgewezen omdat deze niet relevant waren voor de medische situatie op de datum in geding.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante niet duurzaam volledig arbeidsongeschikt is en dus geen recht heeft op een IVA-uitkering. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard; appellante heeft geen recht op IVA-uitkering wegens niet-duurzame volledige arbeidsongeschiktheid.